Nieuws
De grootste, en nu? (13-06-2010)
De VVD heeft de verkiezingen gewonnen. Na een intensieve campagne, waarin duidelijk was dat er wat te kiezen viel. En na een zinderende uitslagenavond, waarbij het spannend bleef tot het laatste moment. Uiteindelijk rond drie uur ’s nachts kwam het verlossende woord.

Complimenten voor al degenen die zich de afgelopen periode voor de campagne hebben ingezet. En uiteraard ook voor lijsttrekker Mark Rutte, die de boodschap van de VVD helder en duidelijk heeft weten uit te dragen.
En nu?
Zo spannend als de uitslag was zo spannend kan ook de formatie worden. Geen enkele voor de handliggende of vooraf ingeschatte combinatie heeft een (brede) meerderheid.
Uiteraard hoort een nieuwe coalitie recht te doen aan de uitslag van de verkiezingen. Dat is meer dan alleen tot de conclusie komen van “het kan of het moet linksom of rechtsom”.
Recht doen aan de uitslag van de verkiezingen betekent in dit geval: er zijn twee partijen die op afstand van de rest bijna even groot zijn, er zijn twee partijen die fors gewonnen hebben, en er is een traditioneel grote partij die enorm verloren heeft.
Het gebeurt zelden dat een partij zoveel verliest als het CDA bij deze verkiezingen. Bovendien heeft de partij sinds haar bestaan nog nooit zo weinig zetels gehad. Daarbij opgeteld dat men acht jaar deel heeft uitgemaakt van de regering, kan dus niet met droge ogen beweerd worden dat het gerechtvaardigd is het CDA uit te nodigen aan de onderhandelingen deel te nemen. Een dergelijke grote nederlaag leidt er overigens in de meeste gevallen ook toe dat de partij een periode van instabiliteit tegemoet gaat.
Overigens geeft het verlies van de ChristenUnie aan dat de kiezer de ideologie van de christendemocratie sowieso minder wenselijk vindt. Het is niet onwaarschijnlijk dat de betutteling van het nu demissionaire kabinet daar een belangrijke rol in heeft gespeeld.
Qua zetelwinst is de PVV de grote winnaar. Niet mijn keuze, en evenmin van een heel groot deel van het electoraat. Maar wel een winst, en een uitspraak van de kiezer waar in de onderhandelingen niet aan voorbijgegaan kan worden. Ook een winst die voor de partij zelf verplichtingen schept.
Bovendien is het zeer de vraag hoe stabiel de partij is. In de aanloop naar de verkiezingen zijn er al twee kandidaten afgevallen en de fractie van 24 leden bestaat uit een groot aantal personen zonder enige politieke ervaring.
Op basis van deze analyse is het onverstandig om met het CDA gesprekken aan te gaan om daarmee de PVV toe te kunnen laten treden tot het nieuw te vormen kabinet. De onzekerheid over de stabiliteit van de PVV is met een meerderheid van maar één zetel bovendien een groot gevaar.
Paars
Een andere mogelijkheid waar voor de verkiezingen rekening mee werd gehouden is de vorming van een paars kabinet. Gezien de uitslag lukt dat niet met de drie partijen die in het verleden de paarse kabinetten vormden: VVD, PvdA en D66. Om een voldoende meerderheid te hebben is daar een vierde partij voor nodig. Dit zou Groen Links kunnen zijn.
Weliswaar heeft deze combinatie een ruime meerderheid maar doet weinig recht aan de uitslag van de verkiezingen. D66 en Groen Links hebben beiden gewonnen maar wel beperkt ten opzichte van de andere winnaars, en het lukt beiden niet om door te groeien zoals bijvoorbeeld de SP tijdens de vorige Tweede Kamerverkiezingen. De laatste haalde in 2006 nog bijna 17%, terwijl D66 en Groen Links ondanks de winst niet verder komen dan ruim 6%.
Een combinatie tussen VVD, PvdA en CDA heeft ook een ruime meerderheid, maar om de zelfde reden dat het CDA een combinatie met de VVD en de PVV niet aan een meerderheid moet helpen, geldt dat ook voor deze combinatie.
Uitsluiten
Sommige partijen hebben tijdens de campagne bij voorbaat andere partijen (of een partij) al uitgesloten. Een dergelijke stellingname doet afbreuk aan de parlementaire democratie zoals we die in Nederland kennen. Eerst is de kiezer aan het woord en op basis daarvan wordt onderzocht welke combinaties mogelijk zijn.
De mogelijkheid om met de PVV te gaan regeren ligt binnen alle partijen bijzonder gevoelig. Een zorg die ik deel. De democratie heeft echter wel zijn werk gedaan met de uitkomt zoals we die kennen. En daar hoort op voorhand uitsluiten niet bij. Wel kunnen de grootste fractie voorwaarden stellen op basis waarvan de PVV zou kunnen toetreden tot een nieuw kabinet.
De nu gekozen aanvliegroute, blijkens de opdracht aan de informateur: onderzoeken of er een kabinet mogelijk is waarin de VVD en de PVV zitting hebben, is wat mij betreft net de verkeerde volgorde.
In eerste instantie zouden VVD en PvdA moet onderzoeken waar de overeenkomsten en verschillen tussen beide partijen liggen en hoe die geslecht kunnen worden. Op basis van die verkenning kunnen de voorwaarden gesteld worden waaronder de PVV mee kan doen. Het stellen van voorwaarden kan goed want de partij blijft met afstand de derde partij.
Blijken er te grote verschillen dan kan er alsnog met andere partijen gesproken worden. Lukt het wel dan wordt de PVV aangesproken op de afspraken die gemaakt zijn. Niet alleen qua beleid maar ook qua uitspraken. Verantwoordelijkheid geven is ook een mogelijkheid om een deel van het gedachtegoed te elimineren.
Bovendien komt een fors deel van de groei van de PVV uit de linkerhoek van het politieke spectrum. Ook in die zin ligt er een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de PVV uit te dagen.
Het slechtste wat kan gebeuren is dat de PVV niet kan deelnemen aan een kabinet omdat er naast de VVD geen enkele andere partij bereid is, tenzij er een gekunstelde combinatie met het CDA gemaakt moet worden. In dat scenario zal de partij van Wilders bij de volgende verkiezingen, de verkiezingen voor Provinciale Staten begin volgend jaar, nog verder groeien. De keuze om niet mee te doen moet door de partij zelf gemaakt worden. Dan zal blijken hoe hard de uitspraken zijn die in de campagne veelvuldig gehoord werden. Dan zal ook blijken hoe de kiezer denkt over het laten vallen van breekpunten zoals de verhoging van de aow-leeftijd nauwelijks 6 uur nadat de definitieve uitslag bekend was.
De uitdagingen waar Nederland zich voor geplaatst ziet vraagt om politieke stabiliteit en een kabinet met een breed draagvlak. Verdere versplintering van het politieke landschap of polarisering draagt daar niet aan bij.
