Nieuws
Bemoeizucht (29-08-2010)
Het is inmiddels ruim een half jaar geleden dat ik afgetreden ben als wethouder. Ondertussen m’n draai al weer volop gevonden en ook een aantal nieuwe uitdagingen. Daaruit blijkt maar weer: er is nog leven na het wethouderschap, hoe vervelend het aanvankelijk ook is als het plotseling eindigt.
Maar er komen nieuwe kansen voorbij, waardoor ook de mogelijkheid ontstaat om nieuwe dingen op te pakken.
En inmiddels is er ook al weer een aantal maanden een nieuw college in Lelystad. Met meer dan normale belangstelling volg ik uiteraard wat er in de stad in z’n algemeenheid, en in politiek Lelystad in het bijzonder, gebeurt. Regelmatig vallen er nog uitnodigingen op de deurmat om bij festiviteiten of bijzondere gelegenheden aanwezig te zijn. Het houd je netwerk in stand en het draagt er mede toe bij dat je op de hoogte blijft van wat er in de stad gebeurt.
Een bijzonder markeringspunt waren de gemeenteraadsverkiezingen. De raad is voor een belangrijk deel vernieuwd. De meeste nieuwe raadsleden zijn geen grote onbekenden, maar de band is toch anders dan met de raadsleden waarmee ik de afgelopen zestien jaar als raadslid of wethouder heb samengewerkt.
Er is een gedeeltelijk nieuw college. Ook de nieuwelingen zijn geen onbekenden, maar heb nooit met ze samengewerkt als collega. Er ligt een nieuw collegeprogramma met een fors aantal nieuwe uitdagingen. De problematiek en de vragen die er aan ten grondslag liggen zijn herkenbaar. Maar de huidige tijd vraagt om andere antwoorden dan in de voorgaande collegeperioden.
En tot slot een aantal ambtenaren waarmee ik met veel plezier heb samengewerkt hebben de gemeentelijke organisatie verlaten. Weliswaar niet als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen, althans zo mag ik hopen. Maar ook dit is een teken dat de tijd niet stilstaat en processen hun eigen weg gaan.
Als voormalig wethouder heb je af en toe de neiging om je met zaken te willen bemoeien. Zaken uit je portefeuille die nu door anderen worden beheerd. Dingen die je ziet gebeuren, of juist niet ziet gebeuren. Besluiten van de gemeenteraad waar je je vraagtekens bij hebt. Standpunten die door je eigen fractie worden verwoord.
Gelukkig weet ik die neiging te onderdrukken. Onder het adagium “als je als bestuurder weg bent, ben je weg en bemoei je er niet meer mee” probeer ik afstand te bewaren en mijn opvolgers niet voor de voeten te lopen.
De wereld is immers continue in beweging, ontwikkelingen gaan snel. Er zijn op democratische wijze nieuwe mensen gekozen die op geheel eigen wijze invulling geven aan het ambt met inachtneming van de problematiek van vandaag en morgen, en niet op basis van het verleden waarin jezelf een actieve rol speelde. Als men advies wil dan hoor ik dat wel en ben ik bereid dat te geven. Echter altijd op de achtergrond. En als je graag maatschappelijk of bestuurlijk invloed wil zoek je een baan of functie waarin je jezelf ten volle kan uitleven.
Hoe kan het dat ik bij het schrijven van dit stukje moet denken aan een aantal voormalig CDA-prominenten? De afgelopen week stond het politieke nieuws vooral in het teken van oud-CDA politici die menen hun zegje te moeten doen over de kabinetsformatie.
Ik ben zelf ook geen aanhanger van het gedachtegoed van Geert Wilders. En als voor de verkiezingen gevraagd zou zijn welke coalities tot mijn favorieten zouden behoren was de variant waarover nu gesproken wordt beslist niet als eerste uit de bus gekomen.
Neemt niet weg dat door de principiële opstelling van een aantal andere partijen, en het feit dat onderhandelingen over andere combinaties programmatisch niet haalbaar bleken, de variant waarover nu gesproken wordt op dit moment het meest voor de hand liggend is.
Eén zin in de brief van een aantal CDA-prominenten die afgelopen zaterdag in de NRC is gepubliceerd namelijk: “Het buitenland zal met gefronste wenkbrauwen kijken naar een land waarin een partij met opvattingen als die van de PVV zo’n vooraanstaande plek heeft bedongen” is nog het meest stuitend te noemen en doet weinig recht aan de parlementaire democratie zoals we die in Nederland kennen.
Het is niet de PVV die zijn plek heeft bedongen bij de onderhandelingen over een nieuw te vormen kabinet. Het zijn 1,5 miljoen kiezers die de deelname aan de onderhandelingen legitimeren. Nogmaals niet mijn keuze, maar wel een aantal waar je niet aan voorbij kunt. Zeker niet als een aantal andere opties niet blijken te lukken.
Belangrijker vraag is waarom de PVV zoveel kiezers heeft getrokken waardoor ze nu mede aan zet is bij de onderhandelingen. Het antwoord lijkt simpel: ontevredenheid in de samenleving. Het zou goed zijn als prominenten in plaats van afkeer, aangeven wat hun antwoord is om de ontevredenheid te keren. Ontevredenheid die er blijkbaar in hun tijd nog niet was.
Uiteraard is het een probleem dat binnen het CDA opgelost moet worden. Tegelijkertijd doet het het vertrouwen in de politiek geen goed. En dat is bijzonder jammer, temeer we nog niet weten wat het resultaat van de onderhandelingen zullen zijn. Bovendien zet het de verhoudingen van het begin af aan op scherp. En dat is het laatste dat we kunnen gebruiken gezien de grote opgaven die om een snel en daadkrachtig antwoord vragen.
