Artikelen en publicaties

Zorgt de cannabisbrief voor een probleem of een oplossing

Artikel geschreven naar aanleiding van de VVD-kadercursus mei 2004
 
Onlangs heeft het kabinet de cannabisbrief naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze brief kondigt het kabinet een aanscherping aan van het Nederlandse softdrugsbeleid.
Met het standpunt zoals door het kabinet is ingenomen lijkt er een eind te komen aan een liberaal softdrugsbeleid, hetgeen zal leiden tot meer criminalisering en de strikte scheiding tussen soft- en harddrugs zal doen vervagen.
 
Het softdrugsbeleid zoals we dat in Nederland sinds een aantal jaren kennen heeft zich wel degelijk bewezen. Het officiële gedoogbeleid, zoals neergelegd in de aanwijzingen van het openbaar ministerie, zorgt er in ieder geval voor dat aan de voorkant de zaken goed zijn geregeld. De drugsproblematiek is in Nederland goed beheersbaar, zeker in vergelijking met ons omringende landen waar een strengere aanpak geldt. Uit onderzoek blijkt tevens dat er in Nederland veel minder softdrugs wordt gebruikt dan in landen waar een veel strenger beleid wordt toegepast. Bovendien ervaren gemeenten waar één of meerdere coffeeshops zijn gevestigd nauwelijks overlast in de omgeving van de coffeeshops. Het aantal is de laatste jaren afgenomen, en er bestaat een goed instrumentarium om panden te sluiten die zich niet aan de voorwaarden houden.
Uitgangspunt in het huidige beleid is een strikte scheiding van soft- en harddrugs. Hiermee wordt enerzijds beoogd de gezondheidsrisico’s te beperken, anderzijds hebben harddrugs een veel verslavender werking, met alle daaruit voortkomende overlast. Dit blijkt ook uit cijfers. Daar waar het gaat om harddrugs steekt Nederland gunstig af ten opzichte van andere Europese landen. Nederland heeft de minste heroïneverslaafden en problematische harddrugsgebruikers van Europa.
Het beschermen van de (volks)gezondheid, het tegengaan van overlast en het bestrijden van de (drugs)criminaliteit zijn dan ook de drie pijlers van het huidige Nederlandse drugsbeleid.
 
Softdrugs zijn, evenals alcoholische drank en tabak, een onderdeel van de samenleving. Daarvoor de ogen sluiten is niet realistisch. Bij een zelfde mate van gebruik zijn er nagenoeg dezelfde gezondheidsrisico’s. In het kader van voorlichting en preventie dient hier dan ook een gelijksoortig beleid van toepassing te zijn. Waar mogelijk en noodzakelijk moet dit nog aangescherpt en gerichter worden uitgevoerd.
De door het kabinet gewenste aanscherping van het beleid (o.a. het fors terugdringen van het verschijnsel coffeeshop) zal echter leiden tot meer illegale verkoopkanalen, waarbij zowel controle op kwaliteit als controle op leeftijd zich veelal aan het oog van de handhavers zal onttrekken. Dat dit verdergaande gezondheidsrisico’s tot gevolg heeft mag duidelijk zijn.
Verkoop via het illegale circuit is bovendien funest voor de strikte scheiding tussen soft- en harddrugs. De ervaring leert namelijk dat illegale verkoop al snel leidt tot verkoop van harddrugs.
 
Het grootste probleem van het Nederlandse beleid is op dit moment de zogenaamde achterdeurproblematiek. Verkoop aan consumenten via coffeeshops wordt onder strikte voorwaarden gedoogd. Er is echter sprake van inconsistentie daar waar het gaat om productie en handel.
Productie vindt op steeds grotere schaal plaats. Illegale kwekerijen zorgen voor steeds meer overlast op bedrijfsterreinen en in woonwijken. De teelt vindt plaats onder gevaarlijke omstandigheden en de handel speelt zich vaak af in een schimmig crimineel circuit. Het kost de overheid jaarlijks vele miljoenen aan opsporing en strafrechtelijke vervolgingen.
De meest vergaande oplossing is het legaliseren van de teelt. Hiermee is de teelt te controleren, gevaarlijke en overlastsituaties rond de teelt worden tegengegaan. Coffeeshophouders raken hun vergunning kwijt als men niet kan aantonen dat men zaken heeft gedaan met een legale kwekerij, die bovendien gecertificeerd moet zijn. Illegale teelt wordt minder lucratief, en kan veel harder worden aangepakt.
 
Momenteel is er veel aandacht voor het THC-gehalte (tetrahydrocannabinol, de werkzame stof) in softdrugs. Hoewel de schadelijkheid van het verhoogde THC-gehalte nog niet is bewezen, is het terecht dat het kabinet daar aandacht voor vraagt.
Doordat de teelt zich in het illegale circuit afspeelt en er daardoor geen controle is op de teelt en kwaliteit is het niet ondenkbaar dat dit gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Overdadig gebruik van pesticiden en groeimiddelen kunnen hiervan de oorzaak zijn.
 
Gemeenten kunnen met het huidige beleid goed uit de voeten, voorzover het de gedoogde verkoop betreft. Rond de coffeeshops is er over het algemeen weinig overlast en gemeenten hebben voldoende instrumenten om bij overlast in te grijpen. Ook zij ervaren de zogenaamde achterdeurproblematiek op dit moment als het grootste knelpunt.
In gemeenten waar één of meerdere coffeeshops zijn gevestigd is daartoe veelal een weloverwogen keuze gemaakt. Niet vanuit de gedachte om het gebruik van softdrugs aan te moedigen. Wel vanuit de realiteit dat softdrugs onderdeel zijn van de samenleving en het dan verstandiger is om dit als (lokale) overheid te reguleren en overlast zoveel mogelijk te beperken. Weliswaar onder stringente voorwaarden en binnen de afspraken zoals die zijn gemaakt met het openbaar ministerie.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat gemeenten bij monde van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten hun zorg hebben geuit omtrent de plannen van het kabinet.
 
Een belangrijk argument voor het kabinet om te komen tot aanscherping van beleid zijn de internationale betrekkingen. Het kabinet wil met haar voornemens laten zien dat zij zich aan de internationale regels houdt.
Uiteraard genereert de “vrije” verkrijgbaarheid van softdrugs het zogenaamde drugstoerisme, m.n. in grensgebieden en toeristensteden. Het voorgestelde kabinetsbeleid stelt dat verkoop aan buitenlanders moet worden ingedamd. Ook hier bestaat een reëel gevaar van een illegaal circuit. De meeste consumenten in het buitenland geven overigens de voorkeur aan illegaal verkregen softdrugs in eigen land, boven het steeds weer afreizen naar Nederland.
In de relatie met het buitenland zou Nederland zich assertiever moeten opstellen. Het kabinet kiest er voor de kritiek van andere landen, welke zelf niet in staat gebleken zijn hun drugsproblemen te beheersen, om te zetten in aanscherping van het eigen beleid. Veel verstandiger zou het zijn om het succes van het Nederlands beleid breed uit te dragen en daar begrip voor te kweken. Dat zou een forse stap zijn om te komen tot een oplossing van de drugsproblematiek op Europees niveau.
 
Samengevat kan worden gesteld dat het kabinet met de cannabisbrief kiest voor een conservatieve houding in plaats van oog te hebben voor de maatschappelijke realiteit. De aanscherping van het beleid zoals in de brief wordt voorgesteld zal meer en grotere problemen oproepen, dan er in het huidige beleid nog opgelost moeten worden. Die oplossing kan voor een belangrijk deel mogelijk worden gemaakt door het succes van het huidige Nederlandse beleid in Europees verband breed uit te dragen.
 
 
 
 
Jaap Lodders